zaterdag, 29 mei 2010 om 9:29 uur · categorieën: dagboek, gastronomie, recepten, winkels

Even heeft de zomer zich weer laten zien. Een goed moment om de ijsmachine weer onder het stof vandaan te halen. Zo draaide ik achtereenvolgens cassisroomijs, bananenroomijs en sinaasappel-abrikozenroomijs. Niet in de laatste plaats om zoete broodjes met meneer te bakken. Toch ontbrak er nog iets en ineens wist ik wat het was. Een echt ijshoorntje. Samen met meneer zag ik de mensen nonchalant door de straten lopen, met de meest prachtige, goed gevulde hoorntjes in de hand. Meneer probeerde in de ijssalons hoorntjes te kopen met weinig succes. Bij het IJscuypje lukte het eindelijk voor 1 euro per stuk. Dit ging me toch aan het hart en ik besloot het fenomeen hoorntje te gaan onderzoeken. In mijn favoriete ijsboek Frozen Desserts vond ik een beschrijving van een oublie-ijzer of in het Italiaans een pizelle.
Bij Duikelman bleken ze een exemplaar te hebben, dus het experimenteren kon beginnen. Het recept uit Frozen Desserts bleek toch het best. Meneer zat in het testpanel en keurde dit koekje goed. Lekker van smaak, krokant maar misschien kon het nog iets dunner. Uiteindelijk werd het een klein hoorntje maar twee bollen konden er wel in. Volgende keer ga ik een stroopwafelbeslag proberen.

recept hoorntjesbeslag:
150 gram poedersuiker
65 gram boter
140 ml eiwit
175 gram bloem
1 eetlepel maizena
snufje zout
Mix de poedersuiker met de bloem tot het wit wordt.
Voeg dan het eiwit beetje bij beetje toe.
Als laatste spatel je de gezeefde bloem door het beslag tot een mooi homogeen beslag.
Bak de hoorntjes in een warm wafelijzer of smeer cirkels, met een paletmes op een siliconen matje.
Bak ze af op 190 graden tot ze goudbruin zijn. Haal ze onmiddellijk uit het ijzer of van het matje en rol het koekje op tot een hoorntje. Laat afkoelen en bewaar in een trommel.

Permalink
dinsdag, 18 mei 2010 om 11:17 uur · categorieën: Amsterdam, dagboek, gastronomie, nieuws, winkels

Zondagochtend ging ik naar de eerste Underground’boeren’markt. De ‘crime scene’ werd tot op het laatst geheim gehouden. Onderweg manoeuvreerde ik tussen de vuilniszakken en de glassplinters uit angst voor een lekke band.
Om 11.00 uur stond ik voor de zwarte deur van Rokin 75 met al mijn waren. Ik stond er alleen voor, want meneer Gerritsen moest onverwacht naar Groningen. Ik volgde de borden en op de tweede etage werd de markt opgebouwd. Met meneer Wateetons ruilde ik mijn yuzuspekjes en bananenchocojam voor twee worsten. Dit was een grote verrassing want na alle ‘ah shit’ verhalen had ik deze uitmuntende worstjes niet verwacht. Ook met Kattebelletje ruilde ik voor heerlijke kimchi en chiliolie. In een winkelwagentje stalde ik mijn jam en spekjes uit. Het werd zo druk dat ik niet meer rond kon rijden. Dankzij een gouden tip en een A4tje van meneer Wateetons vlogen mijn waren het karretje uit en om 13.00 uur waren alle yuzuspekjes uitverkocht.
Helaas moest ik om 13.30 uur weg naar een volgende Salon van een geheel andere orde. Samen met Mevrouw Beddington serveerden we een reeks aan Chinese hapjes, van gestoomde oesters tot handgevouwen bao pao’s.
Tot men geen pap meer kon zeggen.
Houd Twitter in de gaten voor de volgende markt en a.s. zaterdag de PS van het Parool. Alle volgers die gekomen zijn bedankt! Leuk jullie gezien te hebben en tot de volgende keer!

Permalink
donderdag, 4 februari 2010 om 11:50 uur · categorieën: Amsterdam, dagboek, natuur, nieuws, winkels

In de supermarkt kocht ik voor 2 euro bloesemtakken. Dat is geen geld, maar wat voor takken zijn het? Kersen, appel, amandel?
Dat vertelt Appie er niet bij. Jammer hoor! Dit is weer zo’n voorbeeld van desinteresse. Het is toch leuk om de namen te leren van planten, bloemen, bomen, vogels, groentes en bloesems.
Wie heeft een idee welke bloesem dit is? Over een paar weken meer…
Permalink
dinsdag, 29 september 2009 om 13:36 uur · categorieën: dagboek, gastronomie, winkels

Je kunt het leven soms onnodig moeilijk maken.
Jarenlang zat ik zonder gootsteendopje. Met papier propte ik de afvoer vol als ik sla wilde wassen of iets anders. Iedere dag worstelde ik met dit ongemak en het leek of het altijd zo moest blijven. Tot ik op een dag op vakantie in een leuk vakantiehuisje was en een gootsteen had, compleet met dopje. Wat was het heerlijk om gewoon het dopje in de gootsteen te doen en lekker te kunnen wassen. Ik genoot er met volle teugen van. Thuis gekomen ging meneer Gerritsen meteen op pad om een dopje te kopen. Na jaren van gemodder was ik opeens in het bezit van een dopje en het was of er iets van me afgleed. Nu zou je denken dat je na zo’n ervaring iets geleerd hebt. In mijn geval is dat dus niet zo. Sinds ik een nieuw gasfornuis heb, modder ik met het gemis van een sudderplaatje. Jarenlang heb ik zo’n plaatje gehad. Maar het was verroest en nadat ik brand in huis heb gehad, ook beroet. Dus gooide ik het weg. Mijn nieuwe gasfornuis brandt feller, dus zit ik nog meer te snakken naar een sudderplaatje. Al twee jaar ben ik in de weer met een gietijzeren grillplaat. Iedere keer erger ik me aan te hard kokende stoofpotjes, bouillons die ineens staan te koken of smeltend suiker dat meteen zwart wordt ipv caramel. Ineens dacht ik weer aan het sudderplaatje. Zou dat nog ergens te koop zijn? Dagenlang zette ik het op mijn boodschappenlijstje maar vergat toch weer bij de Blokker te gaan kijken. Gisteren ging ik gewoon meteen naar de Blokker en daar lag ’sudderplaat le chef’, voor €2,49. Zelden ben ik zo blij geweest.
Permalink
maandag, 26 januari 2009 om 22:53 uur · categorieën: dagboek, gastronomie, winkels

Voorzichtig had ze het kaasje uit de rekken van de Spaanse supermarkt gepakt. Het leek wel een middeleeuws stenen beeldje met geheime tekens. Aan de buitenkant voelde ze een waslaagje en het was ook best zwaar. Ze probeerde het etiket te ontcijferen. Queso leche cruda de oveja, schapenkaas van rauwe melk. Thuisgekomen pakte mevrouw het kaasje in cadeaupapier. Toen haar man er ook was bood ze het cadeautje meteen aan. Voorzichtig pakte meneer Gerritsen het cadeautje uit en keek blij verrast. ‘Waar heb je dit gekocht, wat mooi, is het steen?’ Mevrouw trok een serieus gezicht en vertelde dat het hier ging om een 15e eeuws maalsteentje dat in die tijd werd gebruikt voor het malen van noten, meestal amandelen. Dit exemplaar was gevonden op de plaza de Aragon bij een opgraving. De onder en bovenkant waren bewerkt met moorse tekens, het bewijs van de Moorse overheersing. Toen ze uitgesproken was pakte hij peinzend het beeld en rook eraan, draaide het rond en gooide het op.
Toen legde hij het op tafel en liep weg. Voor dat zij er erg in had, was hij alweer terug met één arm achter zijn rug. Plotseling vloog er iets glinsterends door de lucht dat op het beeld terecht kwam en het in één keer in tweeën kliefde. ‘Schenk jij even de wijn in, dan snij ik de kaas’, zei hij lachend toen hij het verbaasde gezicht van zijn vrouw zag.
Permalink