Archief voor april, 2009

Martin Bril

Ik maakte verse rode bietensap en dacht aan Ida en Astrid. Ida had zich ongerust gemaakt of het wel verstandig was rauwe rode bietensap te drinken. Aanvankelijk had ze het juist gedronken omdat ze ziek was in de hoop dat het  haar goed zou doen. Nu was ze er niet meer zeker van, ze voelde haar buik. Astrid zei: ‘ Het is een kwestie van pech; een aantal cellen delen zich verkeerd en daarna is het proces niet meer te stoppen.’
Het was prachtig weer en toch waren de mensen verdrietig op de televisie. Het dochterje van 5 speelde ‘zie ginds komt de stoomboot’ op de piano tijdens de begrafenis en het zoontje las uit Harry Potter voor. Hoe moet je iemand fotograferen die een portret wil voor haar kinderen als herinnering?
Op weg naar huis op de fiets barstte ik in tranen uit.

Reacties (1)

Chocoladepudding

Mijn oma stond altijd vroeg op. Met vroeg bedoel ik zes uur ’s ochtends. Als ik bij haar logeerde was het meestal een uur of negen als zij mij wakker maakte. ‘Heb je lekker uitgeslapen?’ zei ze dan. Thuis was negen uur ’s ochtends vreselijk vroeg. Je kan veel van mijn ouders zeggen maar in uitslapen waren ze ontzettend goed.
In de keuken had mijn oma het ontbijt al klaar staan. Daar vertelde zij me wat ze zoal gedaan had. Terwijl ik de slaap uit mijn ogen wreef, hoorde ik over de gewassen ramen, de stoelen die voor deze week weer aan de onderkant waren gestoft en de spinnenwebben op de kast. Dat laatste is niet waar, want er kreeg geen spin de kans het huis van mijn oma te bezoeken.
Op dat moment was mijn opa meestal weg, even een klusje doen. Vaak het enige klusje van die dag, want verder was hij meestal de hele dag thuis en zat op zijn stoel met prachtig uitzicht op de televisie. Het grootste model dat er op dat moment te krijgen was, want ook daar zorgde mijn oma voor.
De vraag die vervolgens altijd kwam na de schoonmaak-opsomming was: ‘Wat wil je vanavond als dessert? IJs met kersen, chipolatapudding, chocoladepudding, geflambeerde kersen…’ Tussen mijn oma en mij draaide alles om eten. De hele dag stopte ze me lekkere dingen toe en af en toe keek ik in in haar geheime kast vol met snoep om te zien wat er allemaal instond. Dat wist ze wel, maar ze zei er nooit wat van. Ze had veel begrip voor mijn interesse in eten. ‘Chocoladepudding met slagroom’, zei ik. Onmiddelijk ging ze dan aan de slag. Ze vertelde me altijd dat ze extra veel cacao in de chocoladepudding deed. ‘Want dan wordt hij lekker bitter en daar houdt je opa zo van.’
Het woord ‘extra’ was het geheim van mijn oma. Extra veel slagroom, extra goede cognac of extra lekkere vlaai van de extra goede bakker. Dat was mijn eerste belangrijke kookles: Bezuinig nooit, maar gebruik altijd extra.
Trouwens, nog zo’n geheim, mijn oma ging altijd laat naar bed en dan bedoel ik om één uur ’s nachts. Haar dag bestond uit 19 uur. Maar díe les heb ik níet geleerd.

Reacties (3)