McGee

Daar stond hij dan, Harold McGee, voor een projectie van kleine ruitjes met daarop moleculen. Opwindend noemde hij de tekeningen van de kleine bolletjes. Het café van Nemo zat 3 december helemaal vol. Meneer en mevrouw zaten gespannen in de zaal te wachten op de smaaktest. Overal stonden bordjes met testmateriaal. Kleine bekertjes met een X of S erop. Kauwgomballen in alle kleuren en papiertjes. Eerst moesten ze de tong droog maken en er zout of suiker op leggen. Daarna moesten ze een papiertje proeven. De volgende test was kauwen op een kauwgom tot de smaak weg was en daarna de kauwgom in zoetstof weer zoet maken en opnieuw kauwen. Als laatste proefden ze het verschil tussen grapefruitsap normaal en grapefruitsap met zout. Daarna vertelde Harold van alles over smaak. Een opmerkelijke ontdekking was, dat de meeste smaak van tomaten in de pitjes zit. Als afsluiting kocht mevrouw Gerritsen het nieuwste boek ‘Goed koken’ en kreeg een handtekening van de meester. Tevreden gingen meneer en mevrouw door de sneeuw weer naar huis.

uitslag test:
1. Zonder speeksel proef je niks.
2. Hoe bitterder het papiertje smaakt, hoe gevoeliger je voor de smaak bitter bent.
3. De geur van de kauwgom blijft in de neus hangen maar als de zoete smaak weg is zeggen de hersenen dat de geur ook weg is. Door de kauwgom weer zoet te maken laten de hersenen de geur weer toe en proef je weer de originele smaak.
4. Zout haalt de bittere smaak een beetje weg.

[© foto's bij dit artikel: plasticpeter]

Laat een reactie achter: